
22 september 2026
Waarom wijkt uw puntentelling af van de Huurprijscheck?
Twee tellingen van dezelfde woning, twee uitkomsten. Vier oorzaken die wij tegenkwamen toen we onze berekening regel voor regel naast de officiële Huurprijscheck van de Huurcommissie legden.

Robin Roelofs
Oprichter Puntentelling
Hetzelfde stelsel, toch een ander getal
U telt een woning na en komt op 178 punten. De Huurprijscheck van de Huurcommissie zegt 179. Wie heeft gelijk, en waar zit het verschil?
Wij legden onze eigen berekening regel voor regel naast de officiële Huurprijscheck, op een meergezinswoning met energielabel A en een WOZ-waarde van € 312.000. Zes van de acht rubrieken kwamen meteen exact overeen. De verschillen die overbleven, bleken vier oorzaken te hebben die allemaal in de praktijk voorkomen. Geen van die oorzaken was een fout in het stelsel.
1. Een voorziening die dubbel wordt geteld
De Huurprijscheck kent bij sanitair zowel een vinkje Toilet als Hangend toilet. Wie beide aanvinkt voor hetzelfde toilet, telt 2 plus 2,75 punten: 4,75 punten voor één pot. De check waarschuwt daar niet voor.
Dat kostte ons twee punten verschil, tot we het terugvonden. Vink er één aan, niet allebei.
2. Een ruimte die stilletjes niet meetelt
Onze berging van 2,52 m² bleef in de wizard "mist gegevens" melden. De berekening liep gewoon door, alleen zonder die berging. Dat scheelde 2,25 punten bij de oppervlakte en werkte ook door in de WOZ-rubriek, want die rekent met het aantal vierkante meters.
Loop na een telling dus altijd de ruimtelijst na: staat elke ruimte er compleet in, of is er één stilzwijgend overgeslagen?
3. Afronden gebeurt niet overal hetzelfde
De Huurprijscheck rondt elke ruimte af op hele vierkante meters. Vijf vertrekken van 25,62, 8,84, 13,26, 8,96 en 5,04 m² worden zo 26 + 9 + 13 + 9 + 5 = 62 punten. Een rekenmodel dat de decimalen optelt en pas daarna afrondt, komt op 61,75. Verschil: een kwart punt, puur door de volgorde van afronden.
Bij overige ruimten telt hetzelfde: eerst afronden op hele meters, dan vermenigvuldigen met 0,75 punt per m².
4. De bedragen veranderen per jaar en per peildatum
De WOZ-rubriek bestaat uit twee delen: de WOZ-waarde gedeeld door een bedrag per punt, plus de WOZ-waarde per vierkante meter gedeeld door een tweede bedrag. Voor het tijdvak 2026 met waardepeildatum 1 januari 2025 zijn dat € 16.954 en € 268. Voor een beschikking met peildatum 1 januari 2024 gelden andere bedragen.
Wij zagen een rekenmodel dat nog met de bedragen van het jaar ervoor rekende. Uitkomst: 40,25 in plaats van 36,25 punten, een verschil van vier punten en ruim twintig euro huur per maand. Op het eerste gezicht een plausibel getal, en juist daarom lastig te betrappen.
Hoe u een verschil zelf terugvindt
Vergelijk nooit alleen het eindtotaal, maar zet de rubrieken naast elkaar. Bij ons kwamen zes van de acht meteen overeen; het gesprek ging daarna alleen nog over de twee die afweken. Dat scheelt uren zoeken.
Let daarbij op drie dingen. Voer in beide instrumenten exact dezelfde oppervlaktes in, want een berging van 2,52 die ergens als 3 wordt ingevoerd geeft een verschil dat niets met de berekening te maken heeft. Controleer of elke ruimte daadwerkelijk is meegeteld. En vraag bij een verschil na hoe het getal is opgebouwd, in plaats van het uit één uitkomst af te leiden: wij concludeerden eerst dat een berging als vertrek werd gewaardeerd, tot bleek dat een andere rekenwijze op precies hetzelfde getal uitkwam.
Wat dit betekent voor een dossier
Een puntentelling is geen vaststaand feit maar de uitkomst van invoer plus rekenregels. Als u een telling later moet verdedigen bij een huurder of de Huurcommissie, wilt u kunnen laten zien welke maten u gebruikte, welke voorzieningen u aanvinkte en met welke bedragen is gerekend.
Daarom bewaart Puntentelling elke berekening als onveranderlijk snapshot, met de invoer en de onderbouwing per rubriek erbij. Een herberekening is altijd een nieuwe regel, nooit een overschrijving. Zo blijft maanden later navolgbaar hoe een getal tot stand kwam, ook als de bedragen inmiddels zijn geïndexeerd.

